Jonathan

Ze fietst langzamer nu ze in de buurt komt van het juiste nummer. Hier moet het zijn. Aarzelend stapt ze van haar fiets  en kijkt naar boven. Een hoog stenen gebouw met veel ramen. Een aantal ruiten is kapot, andere zijn dichtgetimmerd met houten platen of beplakt met krantenpapier.
Ze zet haar fiets tegen de muur naast een rijwiel zonder zadel en stuur. Rommelend in haar fietstas vindt ze uiteindelijk het extra kettingslot. Naast de voordeur met afbladderende verf hangen naambordjes en huisnummers. Slechts een paar namen zijn ingevuld. Achter nummer 144 K herkent ze het pijnlijk nette priegelhandschrift van Jonathan. Ze strijkt met haar vinger over zijn naam en drukt de gedachte weg aan hoe ze hem leerde schrijven, ooit, lang geleden.
Ze drukt op de bel maar er klinkt geen geluid. De voordeur hangt half in de sponning. Voorzichtig drukt ze hem open en kijkt om zich heen. In de spaarzaam verlichte hal staat een supermarktkarretje volgeladen met folders. Ernaast een ouderwetse  kinderwagen met afgebroken wiel en een fleece deken op de grond. Het ruikt sterk naar kattenpis en een andere weeïge geur die ze niet thuis kan brengen. Ze slaat haar sjaal voor haar mond en neus en schuifelt  schoorvoetend naar boven. Steun zoekend pakt ze de leuning vast maar trekt onmiddellijk  haar hand terug als ze merkt hoe plakkerig die aanvoelt. Voorzichtig stapt ze  over een leeg  pak vanillevla en een injectiespuit. Graffiti siert alle muren. Ze kijkt weg van de obscene tekeningen. Het is stil in de flat. Ze voelt haar hart bonken.
Ineens klinkt het meer dan bekende deuntje dat allang vervangen had moeten worden, zoals wel meer dingen in haar leven. Shit, ze had niets tegen Vincent moeten zeggen.
‘ Ja, met mij. Wat is er? —  Ik zou toch bellen als ik hem gesproken had? En heb ik al gebeld? Nou dan. — Ja natuurlijk ben ik voorzichtig.’  
Ze klapt harder dan nodig haar telefoon dicht en zet hem uit.
Dan hoort ze geschreeuw verderop. Ze stopt en luistert ingespannen. Harde, onbekende stemmen schreeuwen verwijten over en weer. Een man en een vrouw. Een baby begint te huilen. Gauw  loopt ze door naar boven. Naarmate ze hoger komt wordt het donkerder. Ze schrikt als opeens iets met een kreet over haar voeten springt. Hopelijk is het die stink kat, aan een andere mogelijkheid wil ze nu even niet  denken.  Ineens staat ze voor zijn deur. 144K. Een vaalgroene deur met een grote deuk onderin. Geen naambordje. Ze sluit even haar ogen, haalt diep adem en klopt aan.