Buurjongen

Ze kijkt op de klok. Eigenlijk heeft ze zin in pauze met een welverdiend kopje thee. Beter van niet, besluit ze. Beter de ongestoorde tijd die haar nog rest goed benutten. Ze buigt zich weer geconcentreerd over haar werk. Dan hoort ze het secondelang aanhoudende geluid van de deurbel  bij de buren. Ze legt zuchtend haar pen neer, rolt haar schouders een paar keer naar achteren  en staat op om thee te zetten.
Als de thee op is overweegt ze even om verder te werken, het blijft immers ongewoon stil vandaag. Meteen daarna blijkt dat ze te vroeg heeft gejuicht. De dagelijkse ergernis begint.  ‘Zen,’ mompelt ze grimlachend, en ze begint aan de speciaal voor dit moment bewaarde klusjes. Eerst die stinkende vuilniszak maar eens verwisselen.  Met de volle zak loopt ze naar buiten, de tuin in. Beng, kebeng klinkt het tegen haar schutting. Steeds opnieuw en afgewisseld met enthousiaste kreten. Heeft dat kind geen vrienden waar ie naar toe kan, denkt ze. Hij is vast weer volgestopt met allemaal suikertroep. Erg verstandig ook voor zo’n kind met een vier letter syndroom, al weet ze dat laatste niet zeker. Ze plaatst de zak in haar schuurtje en sluit de deur. Beng, kebeng. Dan een schreeuw en een onverwachte pijnscheut. Versuft voelt ze aan haar hoofd. Over de schutting komt een geschrokken gezicht tevoorschijn.  Kevin . ‘Sorry, sorry, buurvrouw, ik deed het niet expres. Heeft u zich pijn gedaan?’
‘Ja, wat denk jij dan’, roept ze uit, al was het eigenlijk was  meer de schrik dan de pijn.
‘Mag ik mijn bal komen halen?’ vraagt hij aarzelend. Met lichte tegenzin opent ze de schuttingdeur voor hem. Hij draagt een korte broek met sportschoenen eronder en zijn knieën zijn bemodderd. Hij kijkt goed om zich heen wanneer hij in haar domein is. Hier was hij nog niet eerder. Ze is niet zo dik met de buren. Met niemand in de straat eigenlijk. Al groeten ze elkaar natuurlijk wel, dat hoort nu eenmaal zo.
Hij kijkt naar binnen, naar haar werktafel bezaaid met papieren en haar uitpuilende boekenkast. ‘Heeft u die boeken allemaal gelezen?, vraagt hij vol ontzag.
‘ De meeste wel’, zegt ze.
‘Ik moet ook veel  lezen thuis, want ik kan het nog niet zo goed. Juf zegt dat mama moet helpen met iedere dag  hardop oefenen, maar ze zegt dat ze te druk is.’
Met soapseries kijken en nagels lakken zeker, denkt ze. In plaats daarvan zegt ze: ‘Jouw juf heeft gelijk. Lezen is heel belangrijk. Is er niemand anders die met je kan oefenen? ‘
Hij haalt zijn schouders op en zwijgt. Zijn voet trapt een steentje weg. Ze wil vragen naar zijn vader, maar herinnert zich opeens dat ze die al een tijdje niet gezien heeft. Dan neemt ze een impulsief besluit. En dat is niets voor haar, maar ergens verschuift er iets binnenin al wil ze niet nadenken over wat dat zou kunnen zijn.
‘Als je wil kun je iedere dag na school even bij mij langs komen. Dan lezen we samen een half uurtje. Wat vind je ervan?’  Ze hoort het zichzelf zeggen en de schrik slaat haar om het hart. Waar begin ik aan, denkt ze. De jongen kijkt haar met een scheef  hoofd aan en zegt weifelend: ‘best.’
‘Dat is dan afgesproken. Vraag maar aan je moeder of zij het ook goed vindt en dan zie ik je morgen na school. Op één voorwaarde: als jij met de bal wilt spelen doe je dat om de hoek op het basketbalveldje en niet in de tuin tegen mijn schutting. Afgesproken?’
Hij knikt en verdwijnt met zijn bal uit haar tuin. Vreemd uitgelaten besluit ze meteen naar de bibliotheek te gaan om jeugdboeken te halen. Ze fietst langs het basketbalveldje en ziet hem spelen  met zijn bal.
‘Kevin’, roept ze,’ houd je van boeken over mummies?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.