Bejaardengym

‘Armen hoog. Armen laag. Arm opzij. En weer terug.  Ga zo door! Dat gaat heel goed.’ Gemotiveerd is ze, onze bewegingsinstructrice Ilonka.  Onvermoeibaar roept ze haar bevelen. Haar blonde paardenstaart wipt mee op de maat van de muziek. Echte dansmuziek. Met een beat. Lekker wel.
Iedereen kan bewegen. Zo heet de cursus.  Net wat voor mij dus. Dat dacht ik toen tenminste nog.
‘Knie omhoog. En knie omlaag. Hak naar voren. En weer terug.’
Er moest wat gebeuren.  Zelfs ik wist dat. De reden? Onsportieve Bourgondische emotie-eter heeft liefdesverdriet.  Duidelijk genoeg. Geeft meteen een beeld. En wat voor beeld. Nee, ik heb niet Ilonka’s beeldschone figuurtje. Kijk haar toch. Superdun. Lenig. Filmsterblond. Mannenmagneet. Vast romances bij de vleet. Haar leven op rolletjes. Geen vreemdgaande vriendjes.
‘Arm in de zij. Buig naar rechts. Dan naar links. En weer terug.’
Bejaardengym, daar lijkt het op. Beschamend dus, mijn gehijg. Ik krijg het warm.
‘Door de knieën. Houd even vast. Kom weer naar boven. En nog een keer.’
Dat bejaardengym neem ik terug. Dit is absoluut niet normaal. Hier word ik niet blij van. Zal ik wegsluipen? Toch maar niet. Staat zo lullig.
Het zweet gutst langs mijn gezicht. En zij vertrekt geen spier! Geen druppel te zien. Ik kijk om me heen. Ben gelukkig niet de enige hijger. Wel de jongste. En de dikste. Stop! Mild zijn voor mezelf. Overtreding  van regel drie. Goddank heb ik er maar drie. Regel een: meer bewegen. Ben ik goed mee bezig. Regel twee: minder en gezonder eten. Tja. Regel drie: mild zijn voor mezelf. Een gouden regel. Niet altijd effectief.
O nee, wat nou weer? Rennen op de plaats. Klotezooi. Wie verzint zoiets? Mijn hart bonkt. Mijn adem gaat nog sneller. Steek in mijn zij. Dit is niks voor mij. Ik kom niet meer terug. En het cursusgeld natuurlijk volledig betaald. Zal je net zien. Zonde wel. Zou ik geld terug kunnen krijgen?
‘Goed gedaan allemaal! Nu even rustig. Schud je armen. Schud je benen. Rol je schouders. En weer terug. Nog even wandelen op de plaats.’
Gelukkig, het tempo daalt. Ik kom wat bij. Voel me wel goed eigenlijk. Wonderlijk gevoel. Applausje voor mezelf. Ik grinnik in stilte. Ilonka stopt de muziek.‘Uitstekend gewerkt mensen. Tot volgende week.’ De zaaldeur vliegt open.  Een harde kreet klinkt.  ‘Mama!’ Een meisje met Downsyndroom. Ze rent naar voren en springt in Ilonka’s armen.  Die slingert haar lachend rond. ‘Jij hebt goed gewacht hoor’, zegt ze. ‘Kom, dan gaan we naar huis.’ Ze lopen samen de zaal uit. Ik kijk ze na. Dan pak ik mijn spullen. Ik vervang mijn schoenen in de gang. Mijn wangen gloeien. Ik ruik zweterig. Douchen doe ik thuis wel. Zonder pottenkijkers. Ik loop het gebouw uit. Mijn fiets staat er nog. Uitgeput gooi ik mijn tas voorop.  Aan de overkant roept iemand. ‘Dag, daag!’ Ilonka’s dochter. Achterop een tandemfiets. Ze zwaait enthousiast naar me. Ik zwaai terug. ’Tot de volgende week, ’roep ik.  Ilonka knipoogt.  Slingerend verdwijnen ze uit zicht.
Ik stap op mijn fiets. En betrap mezelf op neuriën.

Dit stuk tekst bestaat uit gemiddeld vijf woorden per zin.