Mijn stad

Mijn stad van knauwende klinkers,
gladgeel gesteend in een hart dat
al eeuwenlang klopt

Mijn stad van grachten en bruggen
die auto’s verafschuwt en fietsers verwent,
slalommend langs markt en plantsoen

Mijn stad van dorpige hofjes, waar
de tijd bevroren beweegt, naast gelaten
grandeur van de huizen van stand

Mijn stad van de nacht vol studenten
bruist als bokbier in glazen vertier
als mijn suikerstad geurt naar de herfst

Mijn stad van ’t kon minder, van doe maar gewoon
blaast niet hoog van de talrijke torens,
toereikend grijs, van suiker of gas

Mijn stad op zichzelf zelfverzekerd genoeg
recht zich fier jegens westers dedain, tegen
wind die loeit uit de oost

Mien stad,
voor ons stadjers
eenvoudigweg Stad

 

Dit gedicht verscheen in de bundel Stadsgeluiden – gedichten over stad en dorp,
samengesteld door Gerard Beene. Uitgeverij Kontrast 2012