De kunst van het dichten

(Een verzuchting in de trant van de Tachtigers)

 

En´k zei hem dat ik eeuwig honger had
naar ´t kunnen dichten als een echte poëet
zonder angst voor clichés of dwangrijm
maar oorspronkelijk en niet te concreet

als een wapperend hemd aan de waslijn
een gestage cadans in de wind
vormen woorden waarachtige rotsen
waaronder zich schoonheid bevindt

de kunst om die kunst
te klaren, is voor een dichtende dreumes
nog ietwat complex

simpel doorgaan met schatten vergaren
onverschrokken vertonend
op weg naar poëtisch succes